De bakermat van het geslacht Van der Cruijcen is de vroegere zelfstandige commanderij "Vrije Heerlijckheit Gemert" thans de gemeente Gemert en Bakel in Noord-Brabant. Deze onafhankelijke status als onafhankelijk "landje" werd in 1271 door Hertog Jan van Brabant bevestigd en heeft bestaan tot in de tijd van Napoleon omstreeks 1794.

 

 

De vroegste voorvader met nakomelingen tot in het heden, die ik heb gevonden is Joannes Janssen van der Cruijcen. Hij werd Rooms Katholiek gedoopt in 1687. Hieronder ziet u de vermelding van zijn overlijden in het Kerkelijk overlijdensregister van Gemert.

Hieruit blijkt dat zijn vader ook Johannes heette en dat zijn grootvader Michiel was. Naar de geboorte en het huwelijk van zijn vader Johannes ben ik nu weer op zoek om aan de hand van die akte weer de geboorte van diens vader, Michiel, te vinden en of misschien diens huwelijk. Weliswaar heb ik rond en voor die tijd meerdere personen gevonden met de naam van der Cruijcen, maar helaas (nog) geen Michiel en ook heb ik niet kunnen vaststellen of en hoe de familierelatie is met de hierboven genoemde Johannes van der Cruijcen. Ik heb onder andere gevonden een Helena Jans van der Cruijcen, die een jaar eerder dan onze Joannes Janssen van der Cruijcen trouwt met Martinus Hendrix van Gemert. Zij zou wel eens een zuster van deze voorvader kunnen zijn, maar helaas heb ik geen ouders gevonden om dit bevestigd te krijgen. Verder heb ik gevonden een zekere Esther van der Cruijsen, die in 1723 trouwt met Henricus van der Hooven. Was zij misschien ook een zuster van onze Joannes of van Simon Jan van der Cruijsen? Hoe was de (familie)band met Sijmen (Simon) Jan van der Cruijssen, geboren rond 1736? Sijmen Jan is een patroniem hetgeen betekent dat de vader van Sijmen Jan (Joannes of Joes) was. Nog allemaal vragen, waarop ik hoop het antwoord nog eens te vinden om in een later stadium daarover te kunnen publiceren. Ik wil mij nu dan ook beperken tot de Geschiedenis over de nazaten van


Johannes van der Cruijsen, die in 1731 trouwt met Catharina van der Linden

Ik weet namelijk zeker, dat alle personen in mijn Genealogie nakomelingen zijn van dit echtpaar ook al wordt de naam soms anders en op diverse manieren geschreven, zoals C(K)rui(j)s(s)en. Deze verschillende schrijfwijzen zijn ontstaan door verschrijvingen bij inschrijving in registers. Vóór de invoering van de Burgerlijke Stand in 1812 werd een boreling bij diens doop alleen door de Priester of de Dominee in het doopregister ingeschreven en dat gebeurde zoals de naam klonk en in de Katholieke Kerk gebeurde dat uiteraard in het Latijn. Door de ene Kerk (lees Pastoor en of Dominee) werd dit beter en secuurder gedaan dan de andere. Controle op de juiste spelling of schrijfwijze was er al helemaal niet. Later zijn er bij de inschrijving in de BS ook nog vaak fouten gemaakt en werden familienamen ook op diverse manieren geschreven. Zo heb ik een geboorteakte gelezen van de aangifte van een tweeling, waarbij het eerste kind werd ingeschreven met een C en het tweede kind met een K terwijl de vader, als aangever Johannes van der Cruijsen, tekende en zijn naam schrijvend met een C. De verschrijving werd door de ambtenaar niet opgemerkt en bleef dus ongecorrigeerd. Onze Joannes trouwde voor de Katholieke Kerk in 1731 op 43 jarige leeftijd met de veel jongere Catharina van der Linden.

Hieronder ziet u de inschrijving van zijn kerkelijk huwelijk uit het huwelijksregister Rooms Katholieke Kerk van Gemert


Het zou dus best kunnen zijn, dat dit voor hem zijn tweede huwelijk was en dat er nog een eerder huwelijk geweest kan zijn, waaruit dan ook nog weer kinderen geboren kunnen zijn. Helaas werd in de doopregisters niet altijd de volledige familienaam van de moeder vermeld, maar werd volstaan met alleen haar voornaam (…………), als echtgenote van (………….) te vermelden! Uit de daarbij vermelde aanwezige doopgetuigen moet dan maar weer opgemaakt worden om welk echtpaar het gaat.

Gelukkig was de vermelding van het huwelijk van Joannes van der Cruijcen (ja hoor tweemaal met een C geschreven) en Catharina van der Linden duidelijk beide familienamen vermeld en ook bij de doop van hun kinderen werden beide namen vermeld, zodat hierover geen twijfel kan bestaan. Dit echtpaar kreeg twee kinderen en wel een zoon en een dochter. Deze laatste is al op 21 jarige leeftijd, ongehuwd, overleden. Zijn zoon Joannes Jans (= zoon van Johannes) trouwde in 1756 met Johanna Maria Strijbos uit Woensel en zij kregen acht kinderen, waarvan 6 zonen, die voor veel nageslacht hebben gezorgd. Van de 4 oudste kinderen heb ik gevonden, dat Peter, geboren in 1763 al in 1785 weer is overleden. Van de oudste zoon Joes vermoed ik dat hij in 1785, even als zijn broer, ook is overleden, omdat dan begraven wordt een zekere Johannes van der Cruijsen echter zonder vermelding van verdere gegevens, maar wel met de vermelding, dat hij woonde op het Beijnderseind en dat was het adres, waar de familie bij de Volkstelling woonde. Van 2 dochters heb ik ook (nog) geen vervolg van een overlijden noch een huwelijk kunnen vinden. Het kan natuurlijk ook nog zijn dat ze in een andere plaats getrouwd en of overleden zijn. Van de 4 andere zonen heb ik nu nakomelingen in de archieven gevonden of op andere wijze opgespoord.

De vijfde zoon, Arnoldus, trouwde met Antonet Rombout Craijeveld en zij kregen in 1803 één dochter Joanna, Maria Arnoldus. Zij krijgt op 29 november 1833, als ongehuwde moeder, een zoon, Arnoldus, genoemd naar haar vader en die daarom ook de naam Van der Kruijssen krijgt, maar deze zoon overlijdt alweer op 12 januari 1834 nog maar enkele weken oud. Joanna Maria Arnoldi overlijdt zelf in 1855 ongehuwd en daarmee hield deze stam op. De jongste zoon van Johannes, Adrianus is tweemaal getrouwd en hij heeft voor veel nageslacht gezorgd in Gemert en omgeving, die allemaal de naam met een "K" zijn gaan schrijven maar dan ook nog weer in diverse variaties zoals met "UI" , "UIJ", met één "S" en met twee "SSen" en heel soms ook nog zonder een "N" op het einde. Van hem heb ik nu nog alleen de nakomelingen en over de verdere geschiedenis van hem en zijn nakomelingen ga ik mij in de toekomst nog verdiepen om daarover later te kunnen publiceren op deze Site. Voor eventuele informatie over deze tak houd ik mij dan ook aanbevolen

De twee middelste zonen, Cornelis en Henricus, zijn van Gemert naar het Land van Cuijk getrokken. Als afstammeling van Cornelis, de marskramer, ben ik geboren en getogen in Mill, waarheen de twee als vrijgezellen toen vertrokken zijn, heb ik hun geschiedenis verder uitgezocht en ik zal mij voorlopig beperken tot een korte geschiedenis over deze twee stamvaders. Zij zijn in tussen 1794 en 1796, als vrijgezel, vanuit Gemert naar Mil(l) en Sint Hubert getrokken en zijn daar getrouwd, Cornelis in 1794 en Henricus in 1796.

Dat hun vertrek in die tijd is geweest moet zijn, maakte ik in eerste instantie op uit het feit, dat uit gevonden stukken over de verplichte volkstelling in het 7e jaar van de Franse Republiek, door Napoleon verordonneerd, blijkt dat deze zonen niet meer vermeld stonden op het adres van hun moeder op "Beijndersend" , waar zij als weduwe toen woonde met de overige leden van het gezin. Ook elders in Gemert worden zij dan nergens meer vermeld en dus moeten zij toen al uit hun geboorteplaats vertrokken zijn. Bij verder zoeken, heb ik onlangs in het archief van Gemert een zogenaamde Borg en Ontlastbrief gevonden van Henricus van der Cruijsen, gedateerd 18 april 1796. Een dergelijk stuk was nodig om zich in een andere plaats te kunnen vestigen. Meer over wat een dergelijke akte precies is, kunt u lezen bij "Wat is?" Waarom zij uit Gemert zijn vertrokken is mij niet duidelijk geworden, maar mogelijk had het iets te maken met de economische toestand in die tijd. In Gemert waren er veel wevers en misschien was er niet voor iedereen een goede boterham te verdienen en hebben zij elders een broodwinning gezocht. Rond die tijd is namelijk ook een zekere Mathijs van der Cruijssen, zoon van de reeds genoemde Sijmen Jan, van daaruit naar Eindhoven vertrokken en is diens zoon Godefridus ging nog weer later naar Turnhout in België. Maar daarover later misschien meer want zoals reeds gesteld heb ik hiervan nog niet de familierelatie kunnen achterhalen. Het kan ook zijn, dat Cornelis, als marskramer, op zijn route zijn toekomstige vrouw heeft ontmoet en dat zijn broer Henricus op de bruiloft in 1794 weer zijn toekomstige vrouw heeft ontmoet. Het spreekwoord is toch "Van een bruiloft, komt een bruiloft"

Dat hun vertrek in die tijd is geweest moet zijn, maakte ik in eerste instantie op uit het feit, dat uit gevonden stukken over de verplichte volkstelling in het 7e jaar van de Franse Republiek, door Napoleon verordonneerd, blijkt dat deze zonen niet meer vermeld stonden op het adres van hun moeder op "Beijndersend" , waar zij als weduwe toen woonde met de overige leden van het gezin. Ook elders in Gemert worden zij dan nergens meer vermeld en dus moeten zij toen al uit hun geboorteplaats vertrokken zijn. Bij verder zoeken, heb ik onlangs in het archief van Gemert een zogenaamde Borg en Ontlastbrief gevonden van Henricus van der Cruijsen, gedateerd 18 april 1796. Een dergelijk stuk was nodig om zich in een andere plaats te kunnen vestigen. Meer over wat een dergelijke akte precies is, kunt u lezen bij "Wat is?" Waarom zij uit Gemert zijn vertrokken is mij niet duidelijk geworden, maar mogelijk had het iets te maken met de economische toestand in die tijd. In Gemert waren er veel wevers en misschien was er niet voor iedereen een goede boterham te verdienen en hebben zij elders een broodwinning gezocht. Rond die tijd is namelijk ook een zekere Mathijs van der Cruijssen, zoon van de reeds genoemde Sijmen Jan, van daaruit naar Eindhoven vertrokken en is diens zoon Godefridus ging nog weer later naar Turnhout in België. Maar daarover later misschien meer want zoals reeds gesteld heb ik hiervan nog niet de familierelatie kunnen achterhalen. Het kan ook zijn, dat Cornelis, als marskramer, op zijn route zijn toekomstige vrouw heeft ontmoet en dat zijn broer Henricus op de bruiloft in 1794 weer zijn toekomstige vrouw heeft ontmoet. Het spreekwoord is toch "Van een bruiloft, komt een bruiloft"

Henricus was linnenwever en zal mogelijk de stoffen gemaakt hebben, die zijn broer verkocht en hij ging na zijn huwelijk in Sint Hubert wonen. Zijn verre nakomelingen hebben in de volksmond nog lang de toevoeging bij hun roepnaam "de wever". Gekregen in plaats van de echte familienaam. Bekend waren "Doruske de wever", "Willemke de wever" en "Woutje de Wever". Cornelia (Kee) van der Cruijsen heeft mij zelf nog verteld, voordat zij in 2002 op 85 jarige leeftijd stierf, dat toen zij een klein kind was en men aan haar naar de naam vroeg, als reactie: "Oh, dan ben jij dus een kind van Knelis (Cornelis) van Woutje de Wever!". (……..) Door onderzoek, maar ook door aanvulling met dergelijke gesprekken met oudere naamgenoten heb ik, naar mijn mening, het nageslacht van Henricus en van Cornelis, vrij goed in kaart kunnen brengen.

Cornelis, de marskramer, mijn directe stamvader, heeft zich destijds in Mil(l) op de Vilheide gevestigd en hij heeft daar een huis gekocht toen hij in 1794 trouwde. Blijkens gevonden stukken werd dit bij zijn overlijden in 1830 met inboedel en al voor de successie getaxeerd en aangegeven voor de somma van f 150,00 voor het huis met ondergrond en tuin en f 100,00 voor de inboedel.

Uit het feit dat de waarde van de inboedel hoog is ten opzichte van de waarde van het huis, maak ik op dat er toen al iets van een bedrijf, zoals een winkel, in gevestigd moet zijn geweest. Dat huisje, dat heb ik geplaatst in mijn fotoalbum, werd helaas gesloopt bij de bouw van een school "De Leeuwerik" en het gemeenschapshuis "De Wester". Destijds was het gedekt met een rieten dag in plaats van een pannendak. In die staat heeft mijn vader het in 1938 verkocht voor f 1000,00.

Cornelis trouwde vanuit dit huis in 1794 met Maria Thijssen en later, na haar overlijden in 1804, voor de tweede keer met Maria Arts. In de woning, waarin hij zich als marskramer vestigde ben ik, als zijn rechtstreekse afstammeling, nog geboren en daarin hebben mijn grootvader en grootmoeder ook een winkeltje gehad naast de bezorging van de boodschappen met paard en wagen. Zij waren min of meer ook nog echte marskramers, ook wel "teuten" genoemd, maar dan met paard en wagen. Van mijn vader hoorde ik dat mijn oma dat ook al deed tijdens de ziekte van mijn opa en zij bleef het doen na het overlijden van mijn opa in 1927 tot dat hij het weer van haar overnam. Maar hij deed het dan naast zijn werk als postbode, terwijl mijn moeder het winkeltje verzorgde en…… de kinderen. Ik kan mij nog goed herinneren, dat ook mijn vader met paard en wagen er op uitrok om klanten te bezoeken en ik mocht meerijden. Soms moest ik dan kleine boodschappen naar afgelegen klanten dragen omdat alle huizen niet bereikbaar waren met paard en wagen.

In 1938 heeft hij een nieuw winkelwoonhuis gebouwd waarin, voor die tijd, een moderne kruidenierswinkel, werd gevestigd. Tot na de 2e wereldoorlog is hij de ver afgelegen klanten echter blijven bezoeken met zijn paard en wagen tot dat er overgestapt werd op een auto en nog weer later uitsluitend werd verkocht vanuit de winkel. Bij gebrek aan een opvolger is in 1967 de zaak verkocht en daar is nu de "Spar" zelfbedieningswinkel gevestigd.

 

Zoals reeds vermeld ging Henricus, de wever, in Sint Hubert wonen en wel nabij de schoolstraat in een huisje, dat stond op het perceel waar nu het huis, Wethouder Lemmensstraat 7, staat. Zijn huis is door de huidige eigenaar in 1965 gesloopt maar het bijbehorend schuurtje, waarin Henricus werkzaam is geweest als wever, is nog aanwezig en daarvan ziet u hieronder een foto.

"

 

Een foto van het huisje heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar die moet er toch wel zijn, want de koper van de woning vertelde mij dat de schilderij gemaakt is aan de hand van een foto voordat het huisje door hem gesloopt werd. Helaas kon hij mij niet vertellen waar de foto gebleven is. Inmiddels weet ik de schilder en zal die daarvoor gaan bezoeken om de opdrachtgever te achterhalen. Voorlopig moet ik volstaan met alleen een foto van het schilderij en een foto van zijn werkplaats. Henricus trouwde al in 1796 met Johanna Maria Jans Ruth Siroen en mogelijk had hij voor die tijd zijn toekomstige vrouw ontmoet en misschien was dat juist de reden van zijn verhuizing naar Sint Hubert. Hij bleef daar het vak van wever uitoefenen met het reeds genoemde gevolg voor zijn nageslacht. Zijn zoon Peter stapte later over naar landbouw en ging als boerenknecht werken, maar het bleef, zoals reeds gezegd toch een zoon van de wever. Diens zoon Theodorus kwam later als Doruske de wever in "Het Broek" te wonen, de straat die nu de "Van der Kruizeweg" heet en naar hem vernoemd werd. Helaas de naam is weer eens verkeerd geschreven, maar is toch echt wel vernoemd naar de familie. Vanuit Mill en Sint Hubert heeft verspreiding plaatsgevonden in eerste instantie alleen binnen het Land van Cuijk naar plaatsen zoals Cuijk & Sint Agatha, Demen, Linden, Oeffelt, Rijkevoort, Stevensbeek, Oploo Langenboom en Escharen en later meer landelijk naar o.a plaatsen als Soest en Apeldoorn, maar dan zijn we al in 20e eeuw. Na de 2e wereldoorlog is de verspreiding verder gegaan o.a ook door emigratie en vonden er ook veranderingen van beroepen plaats. In eerste instantie waren het ambachtslieden zoals linnenwevers, later kwamen daarbij klompenmakers, schoenmakers en natuurlijk landbouwers en in samenhang daarmee kwamen de zelfstandige ondernemers.

Zoals reeds vermeld is in die periode bij het vertrek van Cornelis en Henricus uit Gemert ook een zoon Mathias van de reeds genoemde Sijmen Jan van der Cruijsse(n) uit Bakel (gemeente Gemert) vertrokken naar Eindhoven en diens zoon Godefridus is weer later naar Turnhout in België gegaan. Hij kreeg……14 kinderen, waarvan er 8 vroegtijdig overleden. Veel kinderen was in die tijd niet ongebruikelijk. Zijn oudste zoon Franciscus is in Turnhout geboren en getrouwd en kreeg daar kinderen maar deze zijn later wel weer naar Nederland terug gekeerd, want zij zijn in Breda en omgeving overleden. In Turnhout is men de naam ook met een K gaan schrijven. Zoals reeds gezegd ben ik nog op zoek naar het familieverband van deze Sijmen-Jan en Joannes Jans. In beide takken kwamen schoenmakers voor met aanverwante beroepen, zoals leerlooiers en mallenmakers en ik verwacht dat er toch enig familieband zal zijn. Evenals Joes is Jan afgeleid van Jo(h)annes en hoop daarover later nog te kunnen berichten. Of zou het dan toch de Joes zijn uit 1787, waarvan ik nog geen gegevens heb kunnen vinden. Waar ik verder ook nog zeer nieuwsgierig en op zoek naar ben, is zekerheid waar de naam vanaf is geleid. Zelf heb ik er wel zo mijn gedachten over, maar ik hoor toch graag de mening van andere naamdragers en of onderzoekers die daar een opinie of zekerheid over hebben. Zij kunnen mij dan mailen en ook als iemand denkt aanvullingen, verbeteringen of over gegevens te beschikken die in deze genealogie thuishoren.


Contact »       Terug naar boven »